Brillen
Hoe wordt bepaald welke bril jou past
Veiligheid van een bril
Geschiedenis
Algemeen
Het aanmeten van een bril

Brillen:

De laatste paar jaren zijn we steeds meer gaan kijken naar de bril niet alleen voor goed zien maar ook voor ons uiterlijk(mode).

Hoe wordt bepaald welke bril jou past?

Een brilvoorschrift wordt gemaakt op basis van een oogmeting. Dat kan door een oogarts of een optometrist worden gedaan. Als er geen verdere oogklachten zijn, kan de opticien de oogmeting ook zelf verrichten.

Veiligheid van een bril?

Een bril kan je ook helpen tegen bescherming van bijvoorbeeld: een zonnebril met getinte glazen tegen overvloedig zonlicht en geeft een skibril extra bescherming tegen ultraviolet licht (ter voorkoming van sneeuwblindheid).

Geschiedenis

Het woord ‘bril’ komt van het mineraal beril. Dat werd vroeger gebruikt om brillenglazen van te slijpen.

Geschiedschrijvers melden dat keizer Nero door een smaragd naar de gladiatorengevechten keek. Men vermoedt dat hij dat deed omdat hij bijziend was. Dit is dan de oudste vermelding van wat een bril kan worden genoemd. Smaragd is een variëteit van beril.

Vanaf 1280 wordt er in Italië melding gemaakt van lenzen die gebruikt werden om het gezichtsvermogen te verbeteren. Het is mogelijk dat in die tijd ook al een soort brillen in gebruik waren in de Arabische wereld en in China, maar de gegevens daarover zijn nogal vaag. Mogelijkerwijze is deze uitvinding in de 13e eeuw op een niet nader vast te stellen plaats gedaan en heeft zij zich vervolgens snel over een groot gebied verbreid.

Aanvankelijk bevond de lens zich in een standaard, die met de hand werd vast gehouden. De op de neus geklemde bril (knijpbril of pince-nez) met twee glazen kwam wat later. Ook kwamen er brillen met aan een zijde een stokje om vast te houden, een zogenaamde lorgnet.

De eerste brillen waren voor vérziende en/of oudziende mensen, vooral oudere monniken die moeite hadden met het lezen.
De moderne bril, met veren (in de volksmond aangeduid als poten) die de bril achter de oren bevestigen, dateert pas uit de vroege 18e eeuw, en wordt het eerst in Engeland vermeld.

Algemeen

  • Voor brillenglazen worden vrijwel altijd meniscuslenzen gebruikt, dat wil zeggen lenzen die aan de ene kant bol en aan de andere kant hol zijn. Daardoor blijft bij opzij-, omlaag- of omhoogdraaien van het oog de afstand tussen het oog en het glas ongeveer gelijk. Men noemt deze meniscusvorm daarom ook wel oftalmische vorm.
  • Brillenglazen kunnen desgewenst worden voorzien van een antireflectiecoating. Dat is een opgedampt laagje van een mineraal, met een dikte gelijk aan ¼ van de golflengte waarbij reflectie het meest hinderlijk is. Een deel van het licht wordt door het bovenvlak van de coating weerkaatst, en een ander deel door het grensvlak tussen coating en glas. De tweede heeft dus tweemaal de dikte van de coatinglaag doorlopen en loopt dus een halve fase achter bij de eerste reflectie. Door dit faseverschil doven zij elkaar uit (interferentie). Het voordeel van een antireflectiecoating is dat men een beter contrast krijgt doordat er minder lichtverlies door reflectie optreedt.
  • Brillenglazen kunnen van glas of van kunststof – meestal polycarbonaat of polymethylmethacrylaat – worden gemaakt. Het voordeel van kunststof is een lager gewicht. Bovendien breken deze ‘glazen’ niet zo snel, wat ze geschikter maken voor kinderbrillen. Voor grotere brilsterktes wordt vaker kunststof geadviseerd vanwege het geringere gewicht, maar wie glas mooier vindt, zal eerer geneigd zijn het grotere gewicht voor lief te nemen. Kunststof raakt sneller bekrast; daarom worden kunststof glazen van een harde coating voorzien om het enigszins tegen krassen te beschermen.
  • Het spreekt vanzelf dat een brillenglas precies op maat is gemaakt voor één oog van één bepaalde persoon. Voorts is het van belang dat het glas goed gepositioneerd wordt t.o.v. het oog. Bij een sferisch glas is het voldoende als de optische as ervan samenvalt met de oogas; dit glas is immers rotatie­symmetrisch. Bij asferische glazen daarentegen moet de cilindercomponent in de juiste stand staan. En voor een multifocaal glas komt de juiste positionering ook zeer nauw. Daarom bevatten brillenglazen die van de fabriek komen, allerlei merktekens (Engels:progressive identifiers) waarmee de opticien rekening moet houden bij het op maat slijpen voor het montuur. Sommige van deze merktekens zijn ingeëtst en dus permanent, maar ze zijn zo licht en klein (afhankelijk van het merk 1 à 3 mm hoog) dat ze nauwelijks te zien zijn als men niet weet waar en waarnaar men moet zoeken. Niet-permanente merktekens worden voor aflevering aan de klant door de opticien weggepoetst.

Het aanmeten van een bril

 

Een brilvoorschrift wordt opgesteld op basis van een oogmeting. Dat kan door een oogarts, een optometrist of een opticien worden gedaan. Als de opticien nog andere oogafwijkingen constateert, zal hij de cliënt naar de oogarts doorverwijzen.